Het korte antwoord
Een logo kost in 2026 tussen de 0 en 5.000 euro of meer. Een AI-generator kost 0 tot 50 euro, een marktplaats of ontwerpwedstrijd 50 tot 300 euro, een freelancer 300 tot 1.500 euro, een designstudio 1.500 tot 5.000 euro en een merkbureau 5.000 euro of meer. Het prijsverschil zit niet in de tekening maar in het proces: onderzoek, concepten, revisies, bestandsformaten en merkrechten.
De vijf prijsklassen in één overzicht
Voor een logo betaal je in 2026 ergens tussen de 0 en 5.000 euro of meer, en al die prijzen zijn verdedigbaar. Het probleem is dat je vijf verschillende producten vergelijkt alsof het er één is. Een AI-generator levert binnen een minuut een plaatje. Een marktplaats levert een ontwerp van iemand die je nooit spreekt. Een freelancer levert een traject met intake en revisies. Een studio levert onderzoek en varianten. Een merkbureau levert een strategie waar het logo een onderdeel van is. Wie alleen op prijs vergelijkt, zet dus vijf verschillende diensten naast elkaar.
Voor de meeste mkb-bedrijven is de freelancer of de studio de logische keuze, dus 300 tot 5.000 euro. Daaronder koop je een gok, daarboven betaal je voor strategie die pas rendeert bij een merk met meerdere kanalen en mensen. Let wel op wat er precies in de prijs zit. Een los logo is iets anders dan een logo met kleurenpalet en typografie, en juist die combinatie bepaalt of je uitstraling straks klopt. Wil je meteen dat complete pakket, lees dan eerst wat een huisstijl laten maken kost, want soms is het prijsverschil met een los logo kleiner dan je denkt.
| Prijsklasse | Prijs | Wat je echt krijgt |
|---|---|---|
| AI-generator of zelf maken | €0 tot €50 | Een plaatje, zelden vectorbestanden, niet exclusief |
| Marktplaats of wedstrijd | €50 tot €300 | Meerdere voorstellen, nauwelijks overleg of onderzoek |
| Freelancer | €300 tot €1.500 | Intake, concepten, revisies en vectorbestanden |
| Designstudio | €1.500 tot €5.000 | Onderzoek, varianten, kleurcodes en korte gids |
| Merkbureau | Vanaf €5.000 | Strategie en positionering, logo als onderdeel |
Waarom de prijs in het proces zit, niet in de tekening
De tekening zelf is een paar uur werk voor wie het vak beheerst, en toch betaal je bij een studio duizenden euro's. Dat verschil zit in alles rondom de tekening. Een goede ontwerper begint met vragen: wie zijn je klanten, hoe zien je drie belangrijkste concurrenten eruit, waar gaat het logo allemaal op staan. Daarna volgen twee of drie concepten die elk een andere richting verkennen, en revisierondes waarin het gekozen concept wordt aangescherpt. Bij een AI-generator of marktplaats sla je dat allemaal over. Je krijgt sneller iets, maar niemand controleert of het bij jouw bedrijf past.
Ook de oplevering hoort bij het proces. Een professioneel traject eindigt met logo-varianten voor donkere achtergronden en kleine formaten, vectorbestanden die op elk formaat scherp blijven, kleurcodes voor web en drukwerk, en een schriftelijke overdracht van de rechten. Precies die onderdelen ontbreken in de goedkope klassen, en dat is geen toeval maar de reden dat ze goedkoop zijn. Elke stap die wordt overgeslagen, komt later terug als losse rekening: een nieuwe variant, een nabouw in vector, een discussie over eigendom. De echte vraag is dus welke stappen je nu betaalt en welke je later alsnog koopt.
- Intake en onderzoek: doelgroep, concurrenten en toepassingen
- Twee of drie uitgewerkte concepten in plaats van één gok
- Revisierondes tot het gekozen ontwerp echt klopt
- Varianten voor donkere achtergronden en kleine formaten
- Vectorbestanden plus kleurcodes voor web en drukwerk
- Schriftelijke overdracht van het gebruiksrecht of merkrecht
De drie valkuilen die achteraf geld kosten
De eerste valkuil is het AI-logo dat je later wilt beschermen. Op een ontwerp dat volledig door AI is gegenereerd rust naar huidig recht doorgaans geen auteursrecht, omdat er geen menselijke maker is. Je kunt zo'n logo wel als merk deponeren, in de Benelux vanaf 244 euro bij het BOIP, maar de bescherming is wankel als hetzelfde generieke beeldmerk in tien variaties bij andere bedrijven opduikt. Generatoren hergebruiken namelijk vormen en symbolen, en exclusiviteit krijg je zelden. Wat AI-beeldtools zakelijk wel en niet mogen, lees je in AI-afbeeldingen maken voor je bedrijf.
De tweede valkuil is een oplevering zonder vectorbestanden. Krijg je alleen een PNG of JPG, dan heb je een plaatje van een vaste grootte, en wordt elke banner, bus of beursstand een nieuwe opdracht. De derde valkuil is een logo zonder context. Een logo is geen huisstijl: zonder vaste kleuren, typografie en beeldstijl staat het los op elke uiting, en dat oogt binnen een maand rommelig. Wat er allemaal bij dat fundament hoort, staat in wat is een huisstijl. Reken je dat mee, dan is het goedkoopste logo regelmatig de duurste route.
Tip: Vraag voordat je akkoord geeft schriftelijk welke bestanden je krijgt en of het gebruiksrecht op jou overgaat. Een ontwerper die daar helder over is, verdient je opdracht. Een die vaag blijft, wordt later je duurste leverancier.
Wanneer een duur logo verspilling is, en wanneer het loont
Een logo van 5.000 euro is weggegooid geld als je bedrijf nog van vorm kan veranderen. Test je een idee, weet je nog niet precies wie je klant is, of draai je een eenmanszaak waar elke opdracht via mond-tot-mondreclame binnenkomt, dan verdient dat bedrag zich nergens terug. Een klant kiest je niet om je beeldmerk maar om je werk, en in die fase levert hetzelfde budget in een goede website of vindbaarheid aantoonbaar meer op. Kies dan bewust een klasse lager, weet dat het een tussenstap is, en plan de upgrade zodra je koers vastligt.
Het omgekeerde geldt zodra je merk werk moet gaan doen dat jij niet meer zelf kunt doen. Werf je personeel, zoek je investeerders, verkoop je op meerdere kanalen tegelijk of concurreer je in een markt waar vertrouwen de doorslag geeft, dan is een sterk logo met bijbehorende huisstijl geen kostenpost maar gereedschap. Een logo gaat bij een gezond bedrijf tien tot twintig jaar mee, dus zelfs 5.000 euro komt neer op een paar honderd euro per jaar. Vergelijk dat met je jaarlijkse advertentiebudget dat op datzelfde beeldmerk leunt, en de verhouding wordt logisch.
Zo kies je de juiste klasse voor jouw situatie
De keuze wordt simpel als je niet vraagt wat een logo kost, maar wat het de komende tien jaar moet doen. Staat het straks alleen op je factuur en je busje, dan volstaat een ervaren freelancer ruimschoots. Moet het werken over een website, verpakkingen, advertenties en een heel team, dan betaalt het onderzoek van een studio zich in elke toepassing terug. Wij zien bij klanten dat spijt zelden over het bedrag gaat, maar over de mismatch: te goedkoop voor een merk dat moest groeien, of te duur voor een plan dat nog niet af was.
Kijk ten slotte naar de plek waar je logo het hardst moet werken, en dat is vrijwel altijd je website. Daar ziet een klant het beeldmerk samen met je kleuren, je teksten en je aanbod, en daar valt een zwak logo als eerste door de mand. Het is dan ook geen toeval dat veel ondernemers hun logo pas serieus nemen op het moment dat ze een website laten maken: dan blijkt of het werkt op een scherm, in klein formaat en naast echte content. Plan die twee investeringen daarom in samenhang.

Geschreven door
Lotte Bakker
UX/UI-designer bij Volstoom








